home

Het doel van de stichting
Lokki 1997 en nu
Lokki toen

Stichting "Air Bersih Lokki "
is in 1997 ontstaan uit een werkgroep van de Perkumpulan anak-anak Lokki (vereniging van kinderen van Lokki in Nederland). De "Pal" staat al 40 jaar pal voor de bevolking van Lokki en heeft al meerdere malen geld geschonken.
De stichting heeft dit werk overgenomen en nu kunnen ook jongeren hierin participeren.
Het doel van de stichting is het dorp te helpen mer de hoogstnodige voorzieningen.
Een er van is het verbeteren van de watervoorziening en het zeker stellen van de kwaliteit van het water in de toekomst.

lokki
straatje lokki Het dorpje Lokki ligt aan zee op het schiereiland Huamual van het eiland Seram (Ceram) en had in 1997 ongeveer 2000 inwoners. Het strekt zich uit over meer dan twee kilometer in de omgeving.
De inwoners hadden veel vruchtbare grond in eigendom, waarvan in de loop der jaren heel veel verloren is gegaan door de komst van transmigranten.Toch is het contact altijd wel goed geweest met deze groep mensen.
Een belangrijke activiteit was de cultuur van sago. Er werden veel vruchten gekweekt zoals: bananen, nootmuskaat, kruidnagel, durian, enz.
De gezondheidszorg was er minimaal met een ziekenhuis op 50 km. afstand. Een verpleger moest verschillende dorpen bestrijken met zijn bromfiets.

In augustus 1998 is het dorpje verwoest en zijn de bewoners gevlucht naar Piru ( 293 gezinnen ), Ambon ( 95 gezinnen ) en andere plaatsen, zoals Jakarta, Merauke, enz.
Alhoewel ze niet bij elkaar wonen, hopen ze eens terug te keren naar hun Lokki.


naar boven

ruine

Resten van het huis van Th. Sitania dat verbrand is. De fundamenten worden gebruikt voor huizen bij Wailisa, die nog niet voor Lokkinezen bestemd zijn.

Lokki toen

Hoewel we nog niet veel van de geschiedenis van Lokki weten, (er zit een hiaat tussen 1652 en 1800) doen we hierbij een poging. Misschien lukt het om via dit medium meer te weten te komen van het verleden van dit dorp.

oudekaart

Aanval op Loki, 30 juni 1652

Tekst rechterzijde:

Lokij
Dit's Lokij, so het van Madjira was besloten,
met ellif vestingen die Vlamings lof vergroten,
en hoger stijgen doen, vermits hij over strijd,
die ellif vestingen in so gering een tijd gewonnen.

 Den 27e van Braekmaend 1652 's ochtends

Tekst aan linkerzijde:

A  Ons ford Dwingeland
B  De soldaten die opmarcheren voor de aanval
C  De elf vestigingen van de vijand
D  Onze schepen
E  Onze kleine en inlandse vaartuigen
F  Het riviertje, dat voor bij ons fort loopt
G  Het water dat onzen moesten doorwaden
eigen noot:  H  Het dorp Loki met baileo achter de muur, restanten van deze muur op de helling
zijn nu nog aanwezig.
-------------------------------------------------------------------------

Bron : Tekening en tekst uit: G.E. Rumphius, De Ambonse eilanden onder de VOC, zoals opgetekend in "De Ambonse Landbeschrijving", bezorgd door C. v. Fraassen en H. Straver, 2002 (L.S.E.M.Utrecht ).
De tekening is van de assistent van De Vlamingh, Livinus Bor.

Citaat bij de tekening uit dit boek :
Op de prent zien we rechts aan het strand een tijdelijk opgeworpen versterking, Dwingeland genaamd. Bij het fortje liggen twee Nederlandse sloepen en drie kora-kora's, voorzien van een overdekt onderkomen voor de soldaten en hoofden die ermee worden getransporteerd. De omgeving van het fortje is laaggelegen en waarschijnlijk moerassig, want er groeien volop sagobomen. De bevolking van Loki moest zich van voedsel voorzien in deze sagobossen. Het dorp Loki is aan de voorzijde, in de richting van het strand, goed versterkt, zodat een frontale aanval zware weerstand zou ondervinden. De verschansing is voorzien van wachthuisjes.
Aan de rechterkant van het dorp zien we een open gebouw met een dak op stijlen. Vrijwel zeker was dit de baileu, het rituele centrum van de gemeenschap waarin festiviteiten plaats hadden en dat ook fungeerde als de plaats waar belangrijke openbare beraadslagingen plaatsvonden. Links achter het dorp is een woning te zien met daarbij een stuk geschut. Uit de legenda van de andere prent over de verovering van Loki weten we dat dit de woning was van de Ternataanse admiraal Saida, met een metalen vierponder. Tevergeefs zoeken we op de prent een moskee in of bij Loki.
Boven het eigenlijke dorp lag langs een helling een keten van versterkingen, elk voorzien van een stuk geschut. De voornaamste vesting was de hoogst gelegen versterking, waarin de Ternataanse kimalaha Madjira resideerde. Hij was namens de vorst van Ternate de gouverneur op Hoamoal, dat in naam onderhorig was aan Ternate.
Madjira was in opstand tegen het VOC, maar tegelijk ook tegen zijn vorst die niet veel meer dan een stroman was van het VOC. Madjira was de ziel van het verzet en betoonde zich een taaie tegenstander. De admiraal Saida was zijn rechterhand.
Loki werd door De Vlamingh in juni 1652 veroverd. De prent verbeeldt het optrekken bij de nacht van de VOC-troepen, die door overlopers de weg werden gewezen. Ze maakten een omtrekkende beweging, kwamen zo achter het dorp Loki en overvielen de negorij en de forten bij verrassing in de vroege ochtend. Madjira wist met zijn naaste getrouwen het vege lijf te redden door in zijn ondergoed te vluchten. De Vlamingh nam persoonlijk aan de overval deel.........
-----------------------------------------

Uit: Het eiland Seran en zijne bewoners
F.J.P. Sachse Kapt. Der Infanterie O.I.L. 1907

...1651….. Geheel onverwacht kwam de heer De Vlaming uit Ternate voor Loehoe aan, plaatste aldaar den luitenant Outhoorn en begon aanstonds aan het werk der wrake…..Hij liet daar ( Manipa ) kapitein Verheyden met 3 kompagnieën achter "om het land verder te bederven" ……. De Vlaming was ondertusschen voor zaken naar Banda getogen, van welke gelegenheid Madjira gebruik maakte om overal waar hij kon, rooftochten te houden…….
…..wijl de Boeroeneezen verklaard hadden, alleen naar Madjira te willen luisteren……
Voor Lokki, de hoofdversterking van den opstandeling Madjira, werd voorloopig de luitenant Laurens Keller met eene bezetting van 300 man gelegd, in eene versterking "de Dwingeland"gedoopt en onderwijl toog De Vlaming naar Boano, alwaar het dorp Sehori (sedert verdwenen) werd afgeloopen en talrijke vaartuigen werden vernield.
…De laatste stelling Lokki , van Madjira werd, werd nu stormerhand met zeer veel moeite genomen. Zij bestond……
Het was het doel van De Vlaming om Hoamoal woest te houden, daarom plaatste hij de nog aanwezige stammen over naar de andere eilanden.
Hij meende dat " zij op hun land blyvende weer zekerlyk nagelboomen aanplanten, vreemdelingen aanhalen en dus weer aanleiding tot nieuwe oorlogen geven zouden ; om 't welk vlak af te snyden hy niet begeerde dat eenig volk op Hoewamohel blyven wonen, maar dat zich de Orang Kaya's met de Alfoerese Heidenen aan 't Kasteel met der woon begeven, en de gemeene man zich op Hitoe's kust verdeelen zou, waar zij eveneens als alle andre vrienden der E. maatschappy zouden werden gehandeld."
Toen Anbonsche hoofden die het natuurlijk niet aangenaam vonden dit vreemde volk te moeten opnemen, hem de mogelijkheid voor hielden dat die stammen wel eens weer terug zouden kunnen gaan naar Hoeamoal ( zij zouden waarschijnlijk wel een handje hiertoe helpen) "vond De Vlaming, zich aan geen klein gerugtje meer kreunende goed, ér met ruwe schoenen door te stappen, en aan die van Hoewamohel te laten weten, dat, zoo imand hiet tegen kikken dorst, hij die als een muiter en oproerigen aanstonds den kop doen afslaan of zoodanig straffen zou, dat ér een ander zich aan kon spiegelen.
….En aldus is geschied en gebleven tot op den huidigen dag. Eerst in het begin van 1800 zijn de negorijen Loehoe, Iha en Koelor op hunne tegenwoordige plaats teruggekeerd en nog veel later werd Lokki weer bevolkt, de negorij Lisiëla, bevindt zich thans op de Noordkust id de afdeeling Wahaï ; de dorpen Asaoedi, Masawoi, Kelang en Baono HatoePoetih, zijn thans op Manipa gevestigd. Al de overige bestaan hebbende stammen zijn uitgeroeid en van de kaart verdwenen…..
….Valentijn schatte het aantal bewoners van Hoeamoal op 11612, waaronder 2030 weerbare mannen……….

( Noot van de schrijfster) Als de bewoners van Lokki zouden zijn teruggekeerd, zullen ze dat zo onopvallend mogelijk gedaan hebben en zich schuil gehouden hebben in de bossen.
Er zijn verhalen over wegen naar boven de berg op die hun voorvaderen gebruikten en er waren in ieder geval tot 1998 op de bergen achter Lokki (genaamd o.a. tiang bandera, keping balubang) oude graven te vinden met resten ven chinees aardewerk.
Keping Balubang heeft zijn naam te danken aan een grote kuil gevuld met Chinese munten met een gat in het midden, waarmee de kinderen speelden in ongeveer 1930.
Uit onderstaande stukken vindt men aanwijzingen dat Lokki na 1800 bestond uit Alfoeren die op de berg woonden en Christenen die aan het strand een dorp gebouwd hadden.
Alfoeren (Alifuru = bevolking uit het achterland van de kust van Seram) wilden zich aan geen gezag onderwerpen.
-------------------------------------

W
e citeren uit een artikel in de Marinjo 2002, over de viering van 400 jaar VOC :
".......voluit zijn naam was Arnold van Outshoorn, hij was van 1647 tot 1650 gouverneur van Ambon, daarna gepromoveerd tot superintendent. In de jaren valt hij aan het hoofd van een troepenmacht en hongi * regelmatig het Seramse schieleiland Hoamoal aan......." Daarover schrijft Gerrit Knaap in "Kruidnagel en Cristenen"(Foris publications, 1987): ".......De offensieve acties van de VOC werden ook in dit laatste conflict door een grote mate van medogenloosheid gekenmerkt. Aan de vooravond van de verovering van Loki kregen de soldaten van de VOC opdracht om alles wat wapens kon dragen, uitgezonderd vrouwen , kinderen en oude mannen 'neer te kappen', een bevel dat braaf werd opgevolgd. Bij de verovering werden ruim 100 tegenstanders gedood, een veelvoud hiervan slaagde erin te vluchten, maar velen werden in de gevechten rond de vesting later alsnog gedood......"

hongiboot
tekening van hoe een kora kora er uit zou hebben gezien ten tijde van de hongi (uit het boek van Valentijn, oud en Nieuw Oost-Indiën)

*hongi (uit Beknopte Encycl. van Ned. Indie van 1921): In de Molukken een inlandse oorlogsvloot, bestaande uit meerdere prauwen of andere vaartuigen, waarvan de bemanning zwaar bewapend en geheel ten strijde toegerust, met het doel te roven en te moorden, of eigendommen te vernielen. Voorheen moesten hongitochten, onder aanvoering vn dienaren der O.I.Comp., dienen tot uitroeing van specerijbomen.
                     
naar boven

Uit: Ambon en meer bepaaldelijk de oeliasers
G.W.W.C. baron van Hoevell 1875

…..De negorijen der Hitoesche kust zijn allen door een grooten weg verbonden, welke te Morela begint en doorloopt over Alang, Liliboy, en Hatoe tot aan Laha. Deze weg, die grotendeels langs het zeestrand loopt, is gedeeltelijk zelfs voor paarden begaanbaar.
Alleen enkele gedeelten, zooals tusschen Kaitetoe en Seit waar de weg gedeeltelijk over het gebergte leidt, en tusschen Asiloeloe en Lariki waar het strand zeer riffig is, zijn moeilijker begaanbaar. Ook is Hitoelama met Roemah-tiga (afdeeling Ambon) door een weg over den steilen goenoeng Maspahid verbonden.
Verder wordt onder Hila gerekend geheel Hoamohel (klein Ceram), de bogt van Piroe medegerekend, met de negerijen Loehoe, Iha en Koelor, welke mohamedaansch zijn, en Loki dat geheel door christenburgers, die contributie betalen, bewoond wordt; verder Piroe, Eti en Tanoenoe, welke de christelijke godsdienst belijden aan de Piroebaai. ……
--------------------------------

hoamual

Uit : Bronnen betreffende de Midden-Molukken 1900-1940
Bewerkt door Ch. F. Fraassen en P. Jobse

blz. 4: Resident van Assen aan gouverneur-generaal Rooseboom 1903
Aantekening……. 6 H.Krayer van Aalst. Volgens de Almanak was Krayer hulpprediker van het ressort Lokki (West Seram) sinds 11 juni 1897.

blz. 10 Nota resident van Assen bestuurlijke reorganisatie residentie 1903 .

……..Met het doel om al vast eene poging tot uitbreiding van den bestaande handel met Ceram te wagen, …….Daarom is het denkbeeld bij mij gerezen om bij Uwe Excellentie aan te dringen op eene subsidie voor deze Ceramlijn, die zulk een hoofdfactor is voor de ontwikkeling van het fraai, doch van handelsverkeer uitgesloten Ceram. Die subsidie, welke voor zes reizen 's jaars zou moeten worden verleend, zou f 400,- per reis kunen bedragen, of f. 2400,- 's jaars. Zoodra de verdiensten voldoende zullen zijn, hetgeen ik binnen een gering tijdsverloop verwacht, kan deze subsidie weder worden ingetrokken. Deze lijn zou dan moeten loopen, zooals thans geschiedt, n.l. van de Hoofdplaats Amboina uit over de negorijen van dat eiland naar Lokki, Piroe, Kairatoe, Roemahkay en Amahei op Zuid-Ceram en terug……..

blz 21 en 22
…9 december 1903…
….. Op zekeren dag in de maand juni jl. werd een ingezetene der negorij Waisamoe door Alfoeren van Hoekoeina gesneld. Ongeveer een week later snelden Alfoeren van Roemahsoal te Kamal twee koppen van lieden uit de negorij Waisamoe.
Het is niet met voldoende zekerheid uit te maken, welke redenen de Alfoeren van Hoekoeina, Roemahsoal en Loki er toe hebben geleid om de bovenbedoelde vijandelijkheden te plegen, daar geene aanraking met de Alfoeren is verkregen en alle verkregen inlichtingen van den kant hunner tegenpartij afkomstig is. De negorijen in het Westen van het eiland Ceram vormen verschillende landschappen en alle Alfoeren, zoomede een deel der ingezetenen van de Christen negorijen, zijn bovendien leden van een algemeen verbond, bekend onder den naam van "kakihan verbond" .
De negorijen Waisamoe, Hoekoeina en Loki nu, behooren tot de engere bondgenootschap 'Tala', terwijl de negorij Roemahsoal tot het 'Sapalewa' verbond behoort.
Toen de Alfoeren van Roemahsoal dus eenige koppen in het gebied van Waisamoe hadden gesneld, hadden Hoekoeina en Loki, krachtens hunne bondgenoodschap, de negorij Waisamoe moeten bijstaan, in stede van gelijk geschied is, de zijde van Roemahsoal te kiezen en bij de beschieting en verbranding van Waisamoe de hoodfrol te vervullen. ….
…… De bergnegorijen Roemahsoal en Loki staan respectievelijk onder gezag van de Regenten….van Taniwel……
…..en dat de Regent van Taniwel de Alfoeren van Roemahsoal, Loki en Hoekoeina daartoe heeft opgeruid, ja zelfs voornemens was, alle Alfoersche negorijen tot een aanval op de Christen negorijen en op de Zuidkust van Ceram, van af Tandjong Sial tot Amahei over te halen.
------------------------------------------------

Uittreksel uit "Mijn leven onder de koppensnellers" van 1921 door zendeling M. Birkhoff.
Hij begint zijn zendingsarbeid voor de Protestante kerken in 1886 met als standplaats Lettie.
Het jaar 1887 word nog genoemd voor hij naar Lokkie-Seram gaat. Daarna krijgt hij Lokkie als standplaats tot 1896. Hij werd opgewacht door Lokkinezen onder het geluid van harmonica, fluit en tifa. Hij huurde een geriefelijke woning van het kamphoofd. Citaat "....... De kampoeng Loki ligt in een gezonde streek, niettegenstaande er poelen en plassen zijn ( zie pagina "water" over de beschrijving van de bron ). Het kerkgebouw van de gemeente was een allertreurigst product van Indische bouwtrant.
Het leek meer op een Javaansche rijstschuur, dan op een bedehuis. Om dat het volstrekt niet beantwoordde aan zijn doel en zeer bouwvallig was, besloot ik hier een nieuwe kerk te bouwen, mits de bevolking daartoe medewerkte. Er huisden woesten Danieten in de gemeente, mannen van bittere gemoede, die vaak in dronkenschap het geladen geweer richtten op hunne buren en broederen. Langzaam werd de situatie van dronkenschap beter.
De bevolking was ijverig, vissen, jagen, tuinbouw. Ze waren sterk, hadden geen ziekten, behalve koorts. Het waren ijverige kerkgangers........"

 

oude kerk


links
kerk Lokki 1900


rechts
      kerk Lokki 1997
   verwoest in 1999

gerestaureerde kerk

( Dr. M. Birkhoff werkte 30 jaar in Ned. Indië met 2 maal verlof naar Nederland. De Kumpulan Lokki in Nederland heeft in de loop der jaren geld aan de bevolking gegeven om het kerkje te restaureren, zie foto's boven. Jammer genoeg is in 1999 ook het kerkje geheel verwoest. )

Birkhoff gaf raad plantages aan te leggen (nootmuskaat, kokos, kruidnagel), maar men durfde dit niet omdat de Compagnie in vroegere tijd alles had omgekapt.
" ......Sommige begonnen met dit werk, doch immer met vreeze......"
Klein-Ceram was rijk aan houtsoorten: sago-, ijzerhout-, goudhout-, man-i, lingua-,kenari-, lasi-, brood-, manga-, kazuaribomen, enz.
Sago was bestemd als voedsel, dakbedekking, wanden, touw, bezems, goten en brandhout.Oudere mannen knapten karweitjes op in het dorp, oudere vrouwen zorgden voor de kinderen, jonge vrouwen verzorgen de tuinen, jonge mannen jaagden met honden, visten en stonden wacht tegen koppensnellers (alifoeren).
".........Het leven van deze Ceramsche Cristenen was bij het wegsterven der vorige eeuw alles behalve benijdenswaardig. Men besefte, dat dood en verderf rondsloop rondom dat vruchtbare paradijs........"
" .... Het was een treurig gezicht de jonge mannen tegen de nacht te zien vertrekken, naar hunner posten, met hunne wapenen bij zich. Er waren mannen onder hen, die sterk verlangden hunne handen te mogen wasschen in alifoeren-bloed. Dat waren onze Danieten. Hun wens werd niet vervuld......"
"........Het was na zoo'n bangen tijd, dat we ons nieuw kerkgebouw oprichtten. Wat prachtig hout brachtten de menschen naar ons dorp. Het is een sterk gebouw, dat een stuk tijd kan verduren. De Europianen, die het aanschouwen, verwonderen zich, dat zulk eenvoudige menschen het initiatief voor zoo'n bouw konden nemen en voltooien. Wij hadden het genoegen, ook den geologische professor Dr. Martin uit Leiden, den kerk binnen te leiden. Het deed mij genoegen, in 1914 te vernemen, dat mijn opvolger, de heer Krayer van Aalst het ruim der kerk heeft vergroot, om het zwellend aantal der gemeenteleden plaats te kunnen verschaffen......."

-------------------------------------------- naar boven

Uit: Reisen in den Molukken
Eine schilderung von Land und Leuten. K. Martin 1894
.......erst um 9 Uhr lagen wir, nach 5 ½ stündiger Fahrt vom Telaga aus, vor Lokki, woselbst mit Hilfe langer Bambusfackeln die Landung bewerkstelligt wurde.
Beim Prediger Birkhoff, dem einzigen Beamten dieser Kategorie, welcher in Kairatu angestellt ist, fand ich freundliche Aufnahme und einen angenehmen Verbleib; denn das Dorf bildet einen erfreulichen Gegensatz zu den unansehnlichen Wohnstätten, die ich sonst in dieser Abtheilung gesehen, und kann den Vergleich mit ambonschen Negoreien in jeder Hinsicht aushalten. Schöne, gerade und breite Wege, eingefasst von lebenden Hecken von Croton, ordentlich gebaute Wohnungen und eine ansehnliche, allerdings noch im Bau begriffene Kirche, dazu mancher Nutzbaum bei den Häusern, welche in freundlichem Grün gelegen sind- alles das lässt einen fast vergessen, dass man auf Seran ist. Von den 272 Einwohnern, welche Lokki zur Zeit meiner Anwesenheit zählte, waren mehr als zwei Dritter "Bürger" im ambonschen Sinne...........

Uit: Het Gouvernement der Molukken
L.H.W. v. Sandick 1929 mededeelingen

…..6e Boschexploitatie door het Gouvernement, Zelfbestuur en andere Openbare Lichamen.
Een gouvernementsboschbedrijf vindt men nabij Lokki op Hoamoal.
Het schiereiland Hoamoal (West Cram) bestaat voor een deel uit staatsdomein waarop door de bevolking geen rechten worden uitgeoefend. Waar de exploitatie der bosschen aldaar door particulieren herhaaldelijk op teleurstelling uitliep werd besloten tot een Gouvernementsexploitatie die nu sinds 1914 bestaat en in totaal al een netto overschot van ongeveer f. 150.000,- opleverde. De exploitatie houdt zich in hoofdzaak met damar- en sagobosschen bezig. Met ingang van 1928 werd de exploitatie geheel in handen van den Dienst van het Boschwezen gesteld. …….

---------------------------

foto uit ± 1900 van Lokki
Bron KITLV Leiden 
( unkwown village Hoamoal )
oudlokki

 

 

 


     

Uit : Bronnen betreffende de Midden-Molukken 1900-1940
Bewerkt door Ch. F. Fraassen en P. Jobse

Blz. 388 Memorie van overgave van controleur van West-Seram Kuik, 1935
…….. Eigenlijk was de instelling van dit regentschap (Tahaloepoe) niet juist, daar een regent alleen bij de oorspronkelijke bevolking kan voorkomen en eigenlijk alleen in plaatsen waar een dorpsbaileo (sisine latoe = baileo hena ) gestaan heeft, doch aan deze regel kan voor Hoamoal en Kelang de hand niet worden gehouden, daar deze gebieden door het optreden van den vroegeren gouverneur de Vlaming van Oudshoorn bijna driehonderd jaar geleden geheel ontvolkt werden en daarna door vreemdelingen weer bevolkt werd en de regentschappen Waesalah en Lokki bv. geheel door vreemdelingen worden bewoond       ( ???)……

blz. 384 Memorie van overgave van controleur van West-Seram Kuik. 1935.
...........Aan de Noordkust (van Ceram) kan tijdens de Westmoesson nergens veilig geankerd worden. In elke moesson en bij elk weer kan de baai van Kotania bevaren wordn tot de daar aanwezige steiger……… In de Oostmoesson kan overal aan de Westkust van Hoamoal geland worden, aan de Oostkust echter niet, doch is slechts de Lokki-baai steeds veilig.....

blz. 410 Memorie van overgave van controleur van West-Seram Kuik. 1935.
Damar ( rubber )
…..Ook het Gouvernement heeft op Hoamoal een damarbedrijf…….De uitvoercijfers van de verschillende negorijen zijn als volgt:
Naam der negorijen                           Hoeveelheid in picols per jaar
                          1929                  1930               1931                    1932               1933              1934
Piroe                 3047,58             2532,36          863,52                  644,52           1494,70           ---
Lokki                1710,58            11821,18        2329,06                2236,07           1760,70          2444,98
Loehoe               133,-                    83,50             ---                        43.-                 ---                  ---

Jacht
….Op West-Ceram komen in hoofdzaak voor herten, varkens, casaurissen, koesoes en al deze dieren worden gejaagd om in de behoefte van vleeschvoeding te voorzien. Behalve met het geweer worden herten en varkens bemachtingd middels springlansen (panah-panah)……….
----------------------------------

Lokki tijdens de wereldoorlog. (eigen inbreng)
Voor de oorlog heeft het Nederlandse Boswezen, door o.a. Dhr. Salvador, plantages laten aanleggen in de omgeving van Lokki en hebben de Lokkinezen met de opbrengst van hun eigen landerijen een goed bestaan. Onder de Japanners werden alle plantages ook van de Lokkinezen in beslag genomen en gekapt, de bevolking werd gedwongen voedsel te verbouwen voor de Japanse troepen.
Tijdens de oorlog moest de bevolking uit het dorp de bossen in vluchten omdat er een verboden radiozender op de berg stond, die berichten doorseinde naar de Australische troepen.
Na de oorlog werd Lokki een concentratiekamp voor Japanners, de bevolking moest gedwongen naar de overkant van de baai verhuizen.
Daarna komen er weer plantages van het Nederlands Boswezen o.l.v. Dhr. Gooyer en Dhr. Engel en kunnen de inwoners weer terugkeren.

-----------------------------------------
Wil je meer informatie over de stichting en de projecten, bekijk dan de volgende pagina's of stuur ons een E-mail.

We hebben ook meerdere andere citaten over Lokki uit verschillende boeken bij elkaar gezocht. Heb je belangstellingen voor deze citaten of weet je ons iets te melden over Lokki, stuur ons een berichtje.

naar boven